Uitgelicht

Ha, het is weer lente! Tijd voor een nieuw geluid. Maar dat valt voor een ‘grumpy old man’ (bekt toch wat beter dan ‘ouwe zeikerd’) helemaal niet mee.  Je hebt immers al veel ‘voorbij zien gaan’ en ik las dat zelfs Twitter al 10 jaar bestaat. Daar ben ik niet eens aan begonnen.

Dan maar weer oude meuk: huisvuil. Ooit met de emmer, daarna met de zak en dan conform PAP 1, PAP 2 (Provinciaal Afvalstoffen Plan) enzovoort al jaren en tot volle tevredenheid met de container, die tegenwoordig vrolijk wordt aangeduid als “kliko”.

So far, so good. Maar het streven naar duurzaamheid is voortdurend onderhevig aan nieuwe ontwikkelingen en veranderende visies. Oké, hoort er bij. Toch word ik daar als goedwillend mens nu een beetje ‘grumpy’ van, want onze grijze kliko komt nauwelijks meer vol, terwijl mijn bijkeuken bijkans uitpuilt van de zakken met plastic afval.

Sinds drinkverpakkingen en blik bij plastic horen, is dat alleen maar urgenter geworden. De oplossing lijkt simpel: al dat ‘plastic’ in de grijze kliko en de rest in de zak. Ongetwijfeld te makkelijk gedacht, want duurzaamheid bereik je niet zomaar, heb ik ervaren.

 

Misschien weet Fred van Vliet raad? Zo’n twintig jaar terug ging ik nog wel eens snel een straatje om als ik Fred ontwaarde en ik met een boodschapje in plastic zak de winkel uitkwam. Foei! Een volksvertegenwoordiger moet altijd het goede voorbeeld geven. Dus niet door brievenbussen plassen, illegaal wiet verbouwen of (speciaal voor GroenLinks-ers) zeker nooit een plastic tas aannemen bij de kruidenier. Maar ik heb mijn lessen geleerd, al heeft het lang geduurd, want tegenwoordig heb ik altijd een oprolbaar nylon tasje bij de hand.                                                                                                                                                                                        Ik sluit af in chagrijn met een tirade jegens de HVC: waarom, oh waarom krijgen wij geen papierkliko?

Al diverse keren zijn we van het kastje naar de muur gestuurd door het servicepunt van de HVC, maar nog steeds geen blauw deksel in huize Hoekmeijer. Terwijl om de hoek in de Javastraat het blauw je regelmatig toelacht. Dat vraagt om eigenrichting: ik schilder het deksel van mijn grijze bak blauw!

 

Gerard Hoekmeijer

----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Jesse bedankt! Wat een klapper zeg, van vier naar 14 zetels in de 2e Kamer.

Het beste resultaat ooit in het bestaan van GroenLinks. En in Den Helder? Ook hier liftten we mee (met een winst van maar liefst 5,1 %):  6,4 %.

Niet slecht hoor, maar het laat ook zien hoe beroerd het resultaat was in 2012. In 1998 profiteerden we trouwens relatief meer van het Rosenmöller effect, want we kwamen met 3 zetels in de Gemeenteraad. Als je deze uitslag vertaalt naar raadszetels, blijft de teller steken op 2. Groter dan de PvdA, die niet verder komt dan 1 zetel!

 

Wat is er toch aan de hand in dit kikkerland? Eén conclusie is er wel te trekken: Den Helder kleurt ‘bruin’. Bruin? Ja, de associatie met die kleur geef ik het stemgedrag van PVV en FvD stemmers gewoon mee. Hoe ik dat bedoel laat ik aan de fantasie van de lezer over.

Als je de stemmen voor de pedante ijdeltuit Thierry Baudet bij de PVV optelt, staat Bruin er in Nieuwediep goed voor met ruim 22 %. Bijna 1 op de 4 Nieuwediepers is dus fout na de oorlog! Allemaal zielig en gefrustreerd natuurlijk, ach gut. 

Poetin heeft dus veel vrienden in Den Helder, zeker als je die andere vriendjes van hem, de SP er bij optelt. Alarm! De 5e colonne in de Marinestad is nog nooit zo groot geweest. Als Poetin ooit op bezoek wil op Texel, om de in de nadagen van WO2 gesneefde Georgiers bij hun graven te eren, hoeft hij vast niet meer, zoals zijn voormalige Sovjetcollega’s vroeger, met een sloep vanuit Den Oever naar de overkant.

Ach, we wisten het toch allang, dat onze stad zo rechts is als de pest.

 

Hoe verder met links?

Er is genoeg gesnipperd, lijkt me, dus het streven naar 1 lijst op links lijkt me voor de hand te liggen. Maar reken je niet rijk hoor, toen de kleine linkse splinters in 1982 samen gingen op één lijst voor de Gemeenteraad, werd er ook maar 1 armzalig zeteltje behaald. GroenLinks zal hier nooit groot worden, gewoon omdat de bevolking overwegend  ‘arbeideristisch’ is. Te veel gepamperd door de sociaaldemocratie wellicht. Voor Den Helder is GL te elitair geworden, te kosmopolitisch. De PvdA moest het juist hebben van de werviaan, laaggeschoold, laaggeschaald en lid van de ABVA/KABO.

Maar zij zijn nu bruin…

 

Gerard Hoekmeijer

 

———————————————————————————————————————————-

Uit: Helderse Courant, cartoon Frank Muntjewerff
Uit: Helderse Courant, cartoon Frank Muntjewerff

Update per 8 maart: De trainingen worden dankzij GroenLinks inmiddels gehouden en er is veel belangstelling voor!

De rijvaardigheid van Scootmobielers is een gevoelig onderwerp. Veel mensen hebben zich weleens geërgerd aan een geluidloze ‘wegpiraat’ die rakelings langs hen heen zoefde. Of aan een onwennige senior die uit onzekerheid en gebrek aan voertuigbeheersing, gevaarlijke situaties veroorzaakte. Maar er is óók een grote groep die uitstekend met hun vervoermiddel overweg kan, en zelfs in een volgebouwde KruidPleister geen brokken maakt.

Rond de Scootmobiel is veel onterechte beeldvorming. (Brom)fietsers maken net zo goed ongelukken, en relatief valt het met die ‘Boosters’ best mee.

Toch stijgt het aantal ongevallen en schademeldingen wel degelijk. In 2015 moesten 25% méér Scootmobielers naar de EHBO dan in het jaar 2000. Ook winkelcentra hebben meer schade’s, waar zij uit clementie doorgaans geen werk van maken. Helaas is er ook een tendens dat gebouwen (onterecht!) de toegang voor Scootmobielers verbieden.

Een trieste zaak, want de Scootmobiel maakt juist zelfstandigheid en participatie mogelijk. Daarom onze (aangenomen!) motie voor rijvaardigheidstraining!

1. Vanwege de veiligheid van de Scootmobieler en zijn mede weggebruikers;

2. Een praktijkgerichte training (ook in kleine ruimte’s) van ca. 4 lessen door een ergotherapeut. Die kan meestal vergoed worden vanuit de basisverzekering ‘leren omgaan met een hulpmiddel.’  Zo niet, dan via de WMO.

3. Na een goed gevolgde training een certificaat verstrekken, waarmee aangetoond wordt dat je geen ‘brokkenmaker’ bent en ook niet de toegang geweigerd mag worden.

Kees de Jager

Een kloof? Een tweedeling is het, tussen de ontevredenen – de onderbuik -  en de rest, die voor het gemak allemaal tot de grachtengordel worden gerekend.

Zoals ik en waarschijnlijk u, lezer van dit stuk.

Ik reken mijzelf tenminste niet tot de ontevredenen. En ik probeer genuanceerd te blijven in de beschouwing van de grote problemen van deze tijd. Ook twitter ik niet. Verder is niets menselijks mij vreemd: ik vloek soms hartgrondig als dingen niet lukken, maar – terwijl ook mijn pensioen steeds gekort wordt – voel ik mij nog altijd een ‘lucky bastard’! Feit is dat de samenleving steeds sneller aan veranderingen onderhevig is. En dat maakt veel mensen onzeker. Voortdurende onzekerheid is geen conditie die ons ‘lekker’ ligt.

En het raakt vooral de mensen, die sowieso moeite hebben om overeind te blijven in de ratrace behorende bij dit neoliberale tijdperk. De verliezers moeten zich dat zelf aanrekenen, volgens minister president  Mark Rutte.

‘Eigen verantwoordelijkheid eerst’ is het motto, want het ‘pamperen’ is over: ‘de overheid is immers geen geluksmachine’. En dan is het zuur als je te horen krijgt dat je tot je 67ste of 81ste moet doorwerken, ook als je geen werk hebt en slechts een vaag uitzicht op een ‘verzekerde oude dag’. Want het moet wel allemaal betaalbaar blijven, hè. De onzekerheid treft nu ook steeds meer delen van de traditionele middenklasse van goedgeschoolde werknemers uit de financieel-administratieve en dienstensector. Al met al een ernstige bedreiging voor de stabiliteit van ons tot voor enige jaren toch zo prettige samenzijn. Van de ‘onderbuik’ wordt door de ‘grachtengordel’ gewoon verwacht dat zij aardig zijn tegen de nieuwkomers in hun buurt: vreemde lotgenoten met ‘rare’ gewoonten, maar ook concurrenten op de krappe arbeids- en woonmarkt.

Het kapitaal tikt verlekkerd af, want er is een overvloed aan goedkoop voetvolk: zzp’ers, nieuwe, jonge en oude Nederlanders, die geen lid (meer) zijn van een vakorganisatie of een politieke partij en onbekend met, of vervreemd van, een begrip als solidariteit. Kassa!

Gerard Hoekmeijer

Ha, het is weer lente! Tijd voor een nieuw geluid. Maar dat valt voor een ‘grumpy old man’ (bekt toch wat beter dan ‘ouwe zeikerd’) helemaal niet mee.  Je hebt immers al veel ‘voorbij zien gaan’ en ik las dat zelfs Twitter al 10 jaar bestaat. Daar ben ik niet eens aan begonnen.

Dan maar weer oude meuk: huisvuil. Ooit met de emmer, daarna met de zak en dan conform PAP 1, PAP 2 (Provinciaal Afvalstoffen Plan) enzovoort al jaren en tot volle tevredenheid met de container, die tegenwoordig vrolijk wordt aangeduid als “kliko”.

So far, so good. Maar het streven naar duurzaamheid is voortdurend onderhevig aan nieuwe ontwikkelingen en veranderende visies. Oké, hoort er bij. Toch word ik daar als goedwillend mens nu een beetje ‘grumpy’ van, want onze grijze kliko komt nauwelijks meer vol, terwijl mijn bijkeuken bijkans uitpuilt van de zakken met plastic afval.

Sinds drinkverpakkingen en blik bij plastic horen, is dat alleen maar urgenter geworden. De oplossing lijkt simpel: al dat ‘plastic’ in de grijze kliko en de rest in de zak. Ongetwijfeld te makkelijk gedacht, want duurzaamheid bereik je niet zomaar, heb ik ervaren.

Misschien weet Fred van Vliet raad? Zo’n twintig jaar terug ging ik nog wel eens snel een straatje om als ik Fred ontwaarde en ik met een boodschapje in plastic zak de winkel uitkwam. Foei! Een volksvertegenwoordiger moet altijd het goede voorbeeld geven. Dus niet door brievenbussen plassen, illegaal wiet verbouwen of (speciaal voor GroenLinks-ers) zeker nooit een plastic tas aannemen bij de kruidenier. Maar ik heb mijn lessen geleerd, al heeft het lang geduurd, want tegenwoordig heb ik altijd een oprolbaar nylon tasje bij de hand.                                                        

Ik sluit af in chagrijn met een tirade jegens de HVC: waarom, oh waarom krijgen wij geen papierkliko? Al diverse keren zijn we van het kastje naar de muur gestuurd door het servicepunt van de HVC, maar nog steeds geen blauw deksel in huize Hoekmeijer. Terwijl om de hoek in de Javastraat het blauw je regelmatig toelacht. Dat vraagt om eigenrichting: ik schilder het deksel van mijn grijze bak blauw!

Gerard Hoekmeijer

Huilend loopt de vrouw van middelbare leeftijd langs de bergingen van de flat. Ze blijft maar herhalen; ‘Ze wil zo graag haar witte bloesje aan, maar ik kan het niet vinden.’

Ik ken haar niet, maar zeg; ‘Kan ik u helpen mevrouw?’ ‘Ik ben de dochter van mevrouw X,’ antwoordt ze. Ja, die ken ik wel. Hoogbejaarde weduwe. Vroeger reed ze met een blauwe Eend, nu met een blauwe rolstoel.  

‘Mijn moeder heeft een paar maanden terug weer een beroerte gehad.  Ze kon niets meer. We vroegen hulp aan, maar ze vonden dat wij het zelf moesten doen. Mantelzorg weet u wel. Samen met mijn zus zorg ik nu voor haar. We lossen elkaar af. Nu wil ze haar witte bloesje aan, maar die kan ik nergens vinden. Misschien hangt ie in de berging. Moeder was al een tijdje in de war.’ Even was ze rustig, nu huilt ze weer: ‘Ik wil haar zo graag een pleziertje doen, maar ik kan ‘m niet vinden.’ Ze is aan het eind. Moe gemantelzorgd. Troostend maar strijdbaar zeg ik; ‘Uw moeder is er ook niet bij gebaat als u instort. U moet echt opnieuw hulp aanvragen.’ Ik schrijf een paar nummers voor haar op van mensen die misschien kunnen helpen.

Weken later kom ik haar opnieuw tegen. Ze heeft een karretje vol met kleding en persoonlijke spulletjes bij zich. ‘Hoe is het gegaan mevrouw?’ ‘Nou, moeder is in de tijdelijke opvang geweest, maar nu moet ze weer naar huis.’ Haar lip trilt. ‘En krijgen jullie nu meer hulp?’ ‘Ze zeggen weer dat wij het zelf moeten doen. Eigen kracht of zoiets.’ Ik adviseer om duidelijk tegen de instanties te zeggen hoe zij er zèlf aan toe is.

Moet de mantelzorger eerst instorten voordat er hulp komt?

Kees de Jager • GroenLinks - Sociaal Domein

Weer een klimaattopconferentie (mooi scrabblewoord!). Nu, na Rio, Kopenhagen of waar dan ook, in Parijs. De lichtstad die helaas op tragische wijze de voorpagina’s blijft domineren. Een klimaattopconferentie dus, voor de zoveelste keer.

Ik geef eerlijk toe: ik lees niet alles - sterker nog - ik sla de vele artikelen, die er terecht aan gewijd worden meestal over. Als je twaalf jaar GroenLinks en acht jaar haar niet minder milieubewuste voorgangers in de Helderse gemeenteraad hebt vertegenwoordigd, is dit een nogal rare bekentenis. Maar het is wel zo.

Het milieu! Ik heb er altijd een pest aan gehad. Ik werd lid van een radikaal linkse partij (de PSP) om mijn basale behoefte aan rechtvaardigheid voor de mensheid te bevredigen. Komt daar opeens zo’n Club van Rome, met allemaal wetenschappers van naam en faam (ik kende niemand), die het ‘vijf voor twaalf verklaarde’. Voor dezelfde mensheid dus, want het milieu (nooit van gehoord!) ging zogezegd ‘naar de Filistijnen’ en alle fossiele brandstoffen waren bijna op.

Ik had net een aftandse Renault 4 aangeschaft, mijn eerste auto, die – terugkijkend – zeer milieubelastend was vanwege een lekke koppakking, die om de tachtig kilometer een liter carterolie kostte. En dat nog buiten het benzinegebruik! Maar, je was gelukkig met zo’n wagentje toen, je was immers “King of the road”. Niet veel later bleek er bijna niets leuks meer te kunnen, allemaal vanwege het milieu.

We waren gek van motorrijden en motorraces. Fout! Volgens het provinciale verkiezingsprogramma van de PSP moest het helemaal óver zijn met deze decadente vorm van milieumisbruik. Exit het circuit van Zandvoort. Maar, als jonge, serieuze wereldverbeteraars schikten wij ons in ons lot. De teloorgang van de natuur, van de planeet, de toekomst van onze kinderen, die ging uiteraard voor.

Wat ergerde ik mij later aan VVD’ers, die helemaal geen last van dergelijke dillema’s hadden. Want zij bleken geen milieuprobleem te kennen, of ontkenden het gewoon. Na ons de zondvloed! Lekker makkelijk. Ook CDA’ers, ‘de zelfverklaarde rentmeesters van God’, lieten als puntje bij paaltje kwam het liefst Zijn water over de akkers vloeien.  

Gerard Hoekmeijer      

Den Helder en bestuurscrisis zijn bijna inwisselbare begrippen geworden, zeker voor mensen van buiten. Halen we de landelijke pers weer eens, dan is dat dankzij het bestuurlijke- en politieke geklungel in onze verder zo fijne stad. 

Nou heb ik tegenwoordig niet zo veel zin meer om me hierover druk te maken. Mijn politieke houdbaarheid is immers al lang verstreken. Ik maak reeds negen jaar geen deel meer uit van het gemeentebestuur. Maar toch word ik er in park of kroeg steeds weer op aangesproken. Veel mensen denken blijkbaar dat je voor het leven in de raad zit! De gedachte alleen al…

Toch noopt het mij nu tot een reactie. Ook in mijn tijd deden zich crises voor. Vooral in mijn laatste raadsperiode van 2002 tot 2006, rond vermeende ambtelijke fraude, aanranding en gestolen klatergouden kettinkjes: een beschamende vertoning!

Het was vroeger dus niet altijd beter, maar zoals het de laatste jaren toegaat, slaat alles. Ter relativering van het ondermaatse gedrag van de huidige Helderse politici, zijn er ook vergelijkbare akkefietjes elders, maar toch moet ik erkennen, dat het nu wel heel goed mis is.

Waaraan het allemaal ligt? Ik zou het niet weten. Is er iets mis met de moraliteit van de huidige generatie pluchetijgers? Zijn het opportunisten, baantjesgasten, gefrustreerde ijdeltuiten, die naar erkenning smachten? Zegt u het maar. De politiek van nu lijkt stuur- en richtingloos.

Lokale partijen lijken daar debet aan te zijn: wat is de Stadspartij? Is zij links, is zij rechts? Zij is vooralsnog vooral anti. Anti nieuw stadhuis, maar in de praktijk vooral anti goed bestuur. Wat zijn dat voor mensen? Hebben ze allemaal een dubbele agenda? Je zou er om moeten lachen als het niet zo in- en in triest was. Of zal het lachen ons vergaan nu ook Wiek, de zoon van ex raadslid Dirk Gorter, zich warm loopt voor het pluche?

 

Gerard Hoekmeijer

Het witte fietsenplan Foto: Cor Jaring

In 1965 - 50 jaar geleden – maakten we kennis met Provo. Provo!? Juist, van provocatie, pardon: ‘provokasie’. Provo? Was dat niet raar gedans rond ‘het Lieverdje’  op het Spui?

Ja, het beeldje van een Mokums straatschoffie werd het onschuldige ‘plaats delict’, waar de kettingrokende anti rookmagiër Robert Jasper Grootveld, ononderbroken ‘uche, uche, uche’ rochelend, zijn ludieke happenings uitvoerde met de bedoeling de perfide tabaksindustrie aan de kaak te stellen. Provo was de opstandige – maar ludieke - reactie van naar vrijheid hunkerende jongeren tegen de verstikkende Hollandse spruitjescultuur, waarin notabelen, regenten, bazen, dominees en pastoors de dienst uitmaakten. Provo bracht ons onder meer het wereldberoemde en nog steeds actuele “Witte Fietsenplan” van Luud Schimmelpennink. Provo brak de wereld open! Zo voelde het aan.

Provo was ook Roel van Duin, die mij liet kennismaken met anarchistische lectuur van Domela Nieuwenhuis, Prokotpin en Bakoenin, hetgeen een onuitwisbare indruk naliet. De reactie van het door Provo bespotte gezag was onbeholpen en lomp: de bullenpees erover. Maar het eerste slachtoffer van Provo was de Amsterdamse burgemeester van Hall. Deze brave sociaaldemocratische magistraat trad af, mede als gevolg van de ‘bouwvakkersrellen’ in 1966, die zouden zijn uitgelokt door het orgaan van het ‘klootjesvolk’, de Telegraaf Daarbij viel zelfs een dode te betreuren.  Arbeiders, Provo’s en rel beluste nozems stonden zij aan zij tegenover de politie, een unieke constellatie.

Loongolf

Toeval of niet: maar daarna ontstond er een loongolf, die zijn weerga niet kende. Het begin van een periode van welvaart, die ongekend was. Een mirakel: in feite luidde Provo – samen met The Beatles en The Stones - de muffe jaren vijftig uit en begonnen de ‘swinging sixties’ toen pas echt! Alles werd anders. Gezag was niet meer vanzelfsprekend. Gestaalde kaders maakten plaats: ‘tien over rood’! Dominees en pastoors moesten een toontje lager zingen. Het was een  zachte revolutie, oorspronkelijk en geestverruimend. Heel wat anders dan de RAF of de Brigada Rosso van een decennium later, of zoiets als IS nu. Maar ook niks nieuws eigenlijk, want Provo was in feite de voortzetting van “the Beat Generation” uit de jaren vijftig, van Jack Kerouac en William Burroughs en misschien zelfs van de 19de eeuwse romantiek. Een hoopgevende gedachte, want wellicht krijgen jongeren ooit weer eens de geest.

Gerard Hoekmeijer   

Een paar jaar terug las ik in krantenartikelen over de ‘banen apocalyps’.

Dat klonk nogal dreigend en het sloeg op het massaal verdwijnen van banen in de financiële, administratieve en detailhandelsectoren door de IT revolutie. Er werd een ‘kaalslag’ voorspeld bij vooral de middeninkomensgroepen, met massale werkloosheid en verarming als gevolg.

In dit licht is het verhogen van de pensioenleeftijd achterhaald.                                                   

Voor het eerst sinds eind jaren tachtig wordt het begrip ‘basisinkomen’ weer genoemd als mogelijke en zelfs noodzakelijke oplossing voor de geschetste problematiek. Ha! Daar was ie weer, dat stokpaardje van de PPR uit de jaren zeventig.

Canadees experiment

En opeens kwam bij de VPRO wetenschapper Rutger Bregman in beeld met een documentaire over het basisinkomen, waaruit bleek dat daarmee zelfs was geëxperimenteerd, begin jaren zeventig in Canada.

Een experiment dat in de praktijk goed leek uit te pakken, ware het niet dat een nieuwe rechtse regering er de stekker had uitgetrokken. Het idee basisinkomen staat dus gelukkig weer hoog op de maatschappelijke agenda. Noemde je het in de neoliberale jaren negentig, dan werd je voor een malloot aangezien. Het is net als met mode: als je maar lang genoeg wacht zijn die belachelijke wijde (soul)pijpen weer hot, pardon…..vet cool. Ik oefen alvast op mijn ‘atoomkuif, met kippekont en tochtlatten’ om er op het juiste moment Rock’n’Roll proof uit te zien. De conclusie van dit alles: de pensioenleeftijd moet met terugwerkende kracht omlaag worden gebracht. Stop je niet vroeg genoeg met werken om een jongere je baan te bieden, wordt je net zoals in de jaren tachtig (de VUT) onmaatschappelijk gedrag toegedicht.

Briljant idee

Nu nog slechts wachten tot het briljante idee uit mijn jeugdjaren op de agenda wordt gezet: met pensioen na je schooltijd en pas na je 40ste werken! ;-)

Gerard Hoekmeijer

Gordon Gekko is overal

Wat een commotie en emotie rond die bankiers! Terwijl we toch allemaal zijn opgegroeid met Dagobert Duck.

Maar nu zijn er publicaties van Thomas Piketty (Kapitaal In De XXIste Eeuw) en ‘Gratis Geld Voor Iedereen’ van Rutger Bregman, die de totaal uit de hand gelopen gekte van het neoliberale kapitalisme op wetenschappelijk verantwoorde wijze aan de kaak stellen en alternatieven voorstellen.

Als enigszins ‘ingeslapen’ socialist word ik weer ouderwets getriggerd! Want het is ook om uit je vel te springen, dat gedrag, die houding, en die schaamteloze arrogantie van dit bankiersgespuis. Met hun spelletjes hebben ze hele samenlevingen ontwricht. Iemand vergeleek hun gedrag met de Feijenoord hooligans, die onlangs Romeinse monumenten onteerden.

 

‘Greed is good’

Michael Douglas speelde in de hoogtijdagen van Milton Friedman, Ronald Reagan en Margaret Thatcher al de archetypische Gordon Gekko (zijn motto was ‘Greed is Good’- Hebzucht is goed). Pas daarna ging het kapitaal als een speer ‘sky high.’ In 2008 liep deze opgepompte ballon van hebzucht en hoogmoed leeg en belandden we in crisis op crisis. Slechts dankzij de miljarden aan garantstellingen die de (door bankiers zo verafschuwde!) publieke overheden beschikbaar stelden, kon hun bankroet worden voorkomen. Dit gespuis verdient een schandblok op het Leidseplein. Of beter nog een levenslange taakstraf in bijvoorbeeld de zorg. Let wel op uw knip en sieraden!

 

Rechtvaardigheid

Gelukkig is er weer een publicatie, die actueel inspeelt op onze gekwetste rechtvaardigheidsgevoelens. Het is weer Rutger Bregman, die nu samen met Jesse Frederik een essay heeft geschreven met de tot nadenken aanzettende titel: ‘Waarom Vuilnismannen Meer Verdienen dan Bankiers.’ Dus met z’n allen óp naar de boekhandel. Laat de verworpenen ontwaken!

Gerard Hoekmeijer

 

Hoekse Haakjes
Hoekse Haakjes

Hoekse Haakjes

Er zijn veel ernstiger zaken aan de orde, zowel binnen- als buitenlands, ik weet het. Toch wil ik het hebben over het vernoemen van straten en pleinen naar historische personages uit de politiek, de wetenschap of de schone kunsten.

Daaraan zitten soms nogal wat haken en ogen: onze visie op historische figuren kan in de loop der jaren wel eens wijzigen. Zo werd J.P. Coen in de negentiende eeuw gezien als een koene Hollander, die in zijn blote eentje ‘de Gordel van Smaragd’ had ingelijfd tot nut van ‘volk en vaderland’. Oud premier J.P. Balkenende zag hem ooit als hèt voorbeeld van de door hem zo gewenste VOC-mentaliteit, die het huidige volk ontbeerde.  Ondertussen bleek zijn held in de ogen van nogal wat mensen verworden tot een moordenaar, die louter voor het gewin tal van Indonesiërs over de kling had gejaagd. Het standbeeld van hem in zijn geboortestad Hoorn zou dan ook uit het publieke domein moeten verdwijnen.

Mandelastraat?
Ook de leiders van de Zuid Afrikaanse boeren, die het hadden gewaagd het toen nog oppermachtige Groot Brittannië  te tarten tijdens de Boerenoorlog (ca 1900), genoten destijds een grote populariteit. In onze stad leidde dat tot straatnamen van o.a. Kruger, Joubert en Botha. 

Later bleken zij echter de aartsvaders van de wereldwijd verafschuwde apartheidspolitiek in Zuid Afrika, die pas na de vrijlating van Mandela werd afgeschaft. Ik woonde in de Bothastraat, toen ik namens de voorlopers van GroenLinks (PPR/CPN/PSP) in de raad zat. Het werd mij door mijn linkse kameraden kwalijk genomen, dat ik daar woonde. Je tankte tenslotte ook niet bij Shell en je at geen Outspan sinasappels! Op een nacht hadden activisten de straat omgedoopt tot Mandelastraat. Men verdacht mij er trouwens van! Hoe kwamen zij erbij?

Een paar jaar geleden hebben B&W gehoor gegeven aan de ‘volkswil’, door het Churchillpark weer terug te benoemen naar Timor.
Nota bene een naam die
verwijst naar ons foute
koloniale verleden. 

Eerherstel
Churchill kan gerust de grootste staatsman van de vorige eeuw worden genoemd, aan wie wij in
belangrijke mate onze vrijheid te danken hebben. Deze man verdient het als geen ander om geëerd te worden met een straat, park of een plein. In januari was het 50 jaar geleden dat hij stierf.
Dit is de kans op eerherstel!
Karel Doorman waart immers al over de zeven zeeën!           

Gemeentelijk vandalisme
Gemeentelijk vandalisme

Gemeentelijk vandalisme

Ruim tweehonderd bomen heeft de storm, die oktober 2013 over Den Helder raasde, ons gekost. ‘Daar kan zelfs de gemeentelijke plantsoenendienst niet tegenop,’ dacht ik toen ik de ravage overzag.

Onlangs las ik dat er een aantal grote en gezonde populieren in de Schooten gekapt zijn, omdat ze ‘gevaarlijk’ zouden zijn. Gevaarlijk? Deze prachtbomen hebben de genoemde herfststorm met glans doorstaan! Waarschijnlijk heeft er iemand geklaagd over zijn uitzicht. Als er klachten zijn over bomen, worden onze gemeentelijke hoveniers wakker: ‘Joepie! We kunnen weer kappen!’ Dat het midden in het broedseizoen voor vogels is gebeurd, maakt het nog schandaliger. 

Ik ben vanaf 1974 tot 2010 politiek actief geweest in Den Helder,  waarvan twintig jaar als raadslid. Geen onderwerp heeft me zo vaak kwaad gemaakt als de gemeentelijke omgang met het struweel. Vrijwel altijd als er gekapt werd, bleek de motivatie dubieus. De boom was ziek? Smoesjes dames en heren, hij stond gewoon in de weg van de plannenmakers.

Kwaad kon ik me ook maken over verzoeken van burgers, die bomen gekapt wilden hebben: ‘… hij beweegt als het waait, er vallen blaadjes af.’ Of de bewoner van een woning in een mooie straat met prachtige bomen, die kleine vruchtjes droegen en lieten vallen: ’….. dat loopt zo in, meneer. Dat is heel vervelend!’ Op zulke momenten reageerde ik sarcastisch: ‘Okay, u heeft last van die bomen? Zullen we dan alles maar kappen? Wilt u soms een inklapbare kunstboom?’

De jaarlijkse ‘boomplantdag’, waardoor de jeugd ‘bewust’ zou worden van het belang van het groen, vond ik het toppunt van hypocrisie. Ook beschouwde ik de terugkerende discussie over jeugdig vandalisme als huichelachtig: tegen het vandalisme en vernielzucht van de plantsoendienst kon immers zelfs de grootste  hufterige puistenkop niet op.

Het werd bijna een obsessie voor me. Ik voelde me vaak een Don Quichotte; in voortdurend gevecht tegen de barbaren, die Den Helder wilden omvormen tot een grijze, kale steenvlakte. Zelfs Jan Overzet, destijds directeur van de dienst, kon mij niet overtuigen van zijn ‘onschuld.’ ‘Zoals elk leven eindig is, zo ook dat van bomen,’ verzuchtte hij dan. Misschien was het zijn geluk dat de beruchte iepziekte toesloeg. Als er dan weer een iep was ontdekt met de gevreesde iepenspintkever als bewoner, moest er direct worden opgetreden: Kappen! ‘Ja, ja, het zal wel weer,’ was steeds mijn eerste gedachte. Altijd werd er als verzachting van het leed door de beleidsmakers gerept over de ‘herplant plicht’.

Het meest memorabele op het gebied van de bomenkap in Den Helder is nog steeds de “Iep affaire” in 1979. Zie foto!

Van het geliefde voormalige Julianaplantsoen (met de al even betreurde muziektent) werden de laatste iepen bedreigd door de uitbreiding van de schouwburg. Er was een actiegroep, waar ik deel van uitmaakte. Er ‘ketenden’ zich een paar mensen vast aan de monumentale iep. Er waren schermutselingen, korpschef Emiel Hubrechtsen verscheen op de plaats delict met de Mobiele Eenheid, en de boom ging om. De actie haalde de landelijke pers en de affaire leidde tot raadsdiscussies en een motie van wantrouwen tegen wethouder van den Bosch. Zoals gebruikelijk liep het met een sisser af.

Bomen zijn in Den Helder hun leven nooit zeker! Je zou ze willen waarschuwen en vermanend toespreken: ‘Groei niet te groot, wordt niet dikker dan dertig centimeter, bederf geen uitzicht, ruim je blaadjes op en sta vooral niet in de weg.’ Oef, begin ik nou een beetje op prinses Irene te lijken?

 

Gerard Hoekmeijer